Eerste Bachelor > Geschiedenis van de politiek en van het publiekrecht

Studiepunten: 6

Docent: Georges Martyn, Rik Opsommer

Moeilijkheidsgraad:

Beschrijving:

Een chronologisch overzicht van het publiekrecht vanaf de Romeinse periode tot nu. Ook bespreekt men de grote oorlogen en het ontstaan van de hedendaagse politiek.

Cursusinformatie:

Handboek 'Geschiedenis van de politiek en van het publiekrecht' en de powerpoints.

Evaluatievorm:

Een schriftelijk examen met meerkeuzevragen (zeer gedetailleerde) en 2 open vragen.

Hoorcollege:

Aan te raden, echt niet noodzakelijk. Niet enkel zijn de proffen zeer enthousiast en is het volgen van de les aangenaam, het is ook zeer belangrijk om alle details mee te nemen. Het handboek is een must om grondig te kennen, maar in de les komen ook voorbeeldvragen en actua naar voren.

Werklast:

hoog

Voorbeeldvragen:

Gebruik uw wetboek voor deze vraag! Lees de artikelen 12 tot 20 van de Grondwet en zeg welke stelling niet helemaal juist is.

A. Deze artikelen zijn het resultaat van onder meer het verlichtingsdenken en met name het legaliteitsbeginsel in strafzaken, zoals door Beccaria ontwikkeld.

B. Dat de doodstraf grondwettelijk niet meer kan ingevoerd worden is een evolutie van na de coördinatie van de Grondwet.

C. Op basis van het artikel 8 van de oorspronkelijke Belgische Grondwet is rechtsweigering verboden.

D. De geconsolideerde versie van deze artikelen dateert van 1994.

 

Slechts één van onderstaande chronologieën is helemaal correct.

A. Instituten van Justinianus - Codex Theodosianus - Verdrag van Athis - Pacificatie van Gent - Plakkaat van Verlating

B. Lex Hortensia - Decretum Gratiani - Isidorus van Sevilla - Concessio Carolina - Unie van Utrecht

C. Digesten - Constitutio Antoniniana - Filips de Goede - Karel V - Filips II

D. Citeerwet - Codex Justinianus - Magna Carta - Guldensporenslag - Concessio Carolina 
 

Vertaal de volgende zeven juridische termen naar het Frans: Raad van State, Staten-Generaal, gemeenschap, Grondwet, Koning, bestuur, verzoening. Hoeveel van deze zeven Franse termen beginnen met de letter 'C'?

A. Twee

B. Drie

C. Vier

D. Vijf 
 

Het Corpus Iuris Civilis is ongetwijfeld één van de belangrijkste juridische tekstenbundels uit de wereldgeschiedenis. Je kan er veel over vertellen, maar toch is slechts één van de onderstaande beweringen volledig juist.

A. Omdat deze codificatie werd uitgevoerd ten tijde van de Romeinse republiek zijn vele instellingen van deze republiek in de latere geschiedenis een model geweest voor staatsvorming.

B. Het Corpus bevat niet alleen een verzameling van keizerlijke wetten, maar ook een bloemlezing van stukjes rechtsleer, een collectie gerechtelijke uitspraken en zelfs een leerboek, dat vele latere wetgevers geïnspireerd heeft.

C. Een andere naam voor de Digesten is de Pandecten en een andere naam voor de Instituten zijn de Libri terribles.

D. In Tribonianus' werk schuilt, ondanks het commentaarverbod, eigenlijk al een impliciete erkenning dat ook deze codificatie niet het eeuwige wetboek zou worden. Enkele jaren na het afkondigen van de Codex moest immers al een soort extra bijlage gemaakt worden met de meest recente bijkomende keizerlijke wetten.
 

Duid de foute stelling aan. In deze tekst, een stuk van een groter geheel:

"En dit als vol bewijs en zonder dat enig tegenbewijs door middel van getuigen of hoe dan ook toegelaten zal zijn. Wij bepalen verder ook dat telkens iets niet voorzien is door vorenstaande bepalingen, een beroep zal gedaan worden op de gemene geschreven rechten, zonder hierna nog costumen te mogen invoeren of bewijzen, behoudens onze volwaardige bevoegdheid om zelf, of onze nakomelingen, in een andere regeling te voorzien, de bepalingen restrictief dan wel extensief te mogen interpreteren, of enig andere verandering aan te brengen.

Gegeven te Brussel op 12 januari...

Filips, bij de gratie Gods Graaf van Vlaanderen..."

A. Wordt de macht gelegitimeerd op charismatische wijze

B. Wordt een hiërarchie der normen gevestigd

C. Wordt een toepassing vermeld van het systeem van de wettelijke bewijzen

D. Wordt gewoonterecht gecodificeerd.
 

Welke stelling is juist?

A. "Stadsrecht breekt landrecht" duidt op het feit dat indien een landregel niet strookt met een stadsregel, het stadsrecht primeert. Dit is een voorbeeld van soevereiniteit van de steden. Heden ten dage echter, staan de federale regels boven de stedelijke regels in de hiërarchie der normen.

B. Ook in het gedachtegoed van de stadspoorters blijft de patrimoniumgedachte van kracht.

C. In de Zuidelijke Nederlanden zijn er Staten-Generaal vanaf de Spaanse periode.

D. De renaissance van de twaalfde eeuw heeft een wetenschappelijke invloed gehad op het strafrecht. De intentie prevaleert voortaan op het gevolg en in de strafprocedure krijgt het slachtoffer een grote rol.
 

Welke uitspraak is volledig juist?

A. De absolute monarchen van de 17de eeuw zijn grote voorstanders van een staatskerk, zoals het anglicanisme in gans Groot-Brittannië en het gallicanisme in gans Frankrijk.

B. Puur dogmatische bullen moeten in principe gepubliceerd worden met een vorstelijk placet. Disciplinaire maatregelen moeten daarentegen geen placet ontvangen.

C. De 'Ordonnance de la Marine' en de 'Ordonnance sur le Commerce' van Lodewijk XIV hebben ook te maken met het colbertisme en de Frankse koloniale expansie, onder meer naar Canada.

D. Volgens Max Wever is het steeds aan de macht blijven van Europese dynastieën, zoals de Habsburgers, een vorm van charismatische machtslegitimatie.
 

Welke uitspraak is juist?

A. Ook heden ten dage kennen we nog staatskerken, zoals de Russisch-Orthodoxe kerk en de Grieks-Orthodoxe kerk.

B. De 'Carolina' en een aantal 'Karolijnse Concessies' zijn wetteksten van Karel V die in Vlaanderen in de 16de eeuw van kracht werden. De eerste heeft betrekking op het strafrecht. De tweede groep betreft het intrekken van een aantal stedelijke privileges.

C. Het tweede Duitse Keizerrijk ontstaat in 1870/1871 en blijft bestaan tot 1933 wanneer Hitler de macht grijpt en het Derde Rijk begint.

D. Door de Transactie van Ausburg ten tijde van Karel IV worden een aantal vorstendommen in de Nederlanden van de Westfaalse Kreits naar de Bourgondische Kreits overgeheveld.
 

Welke uitspraak is juist?

A. De Oostenrijkse codificaties ten tijde van Jozef II en de verschillende Franse codificaties onder Lodewijk XIV vallen op doordat ze zich beperken tot één specifiek rechtsthema zoals het burgerlijk recht.

B. Het Eeuwig Edict van Albrecht en Isabella is een codificatie die verschillende juridische thema's systematisch maar niet uitputtend behandelt.

C. Het Parlement van Parijs, het 'Bundesverfassungsgericht' en de Grote Raad van Mechelen vormen in de vroegmoderne tijd de hoogste rechtbanken in respectievelijk Frankrijk, het Heilig Roomse Rijk der Duitse Natie en de Zuiderlijke Nederlanden.

D. De 'Lex Salica' bevat veel strafrecht. Dit strafrecht viseert niet zozeer het individu, maar wel de volledige familie. Voorts houdt het rekening met de schuldaansprakelijkheid.
 

Bespreek het Romeinse procesrecht in de Oudheid en zijn rol na de receptie van het geleerde recht.
 

Bespreek het parlementarisme in Frankrijk en de Zuidelijke Nederlanden gedurende de vroegmoderne periode.
 

Vergelijk het (materieel en formeel) strafrecht in onze regionen vanaf ca. 500 met het strafrecht ca. 1500 en verklaar de eventuele wijzigingen.

Bekijk de bestanden voor dit vak.