Eerste Bachelor > Inleiding tot het internationaal en Europees recht

Studiepunten: 4

Docent: Peter Van Elsuwege, Tom Ruys

Moeilijkheidsgraad:

Beschrijving:

Het geeft een inleidend overzicht van het brede domein van het Europees en internationaal
recht. Er wordt tevens aandacht besteed aan actuele gebeurtenissen die verband houden met het Europees en internationaal recht, deze worden naar voren gebracht via het onderzoeken van casussen.

Cursusinformatie:

2 'dunne' handboeken uitgegeven door het VRG.

Evaluatievorm:

Schriftelijk examen met open vragen (theorie en casussen) + schriftelijk examen met meerkeuze vragen die te motiveren zijn.

Hoorcollege:

Hoorcolleges zijn noodzakelijk voor de vele casussen die aan bod komen, vaak worden deze letterlijk op het examen gevraagd. Ook komen er vragen aan bod die wel in de les aan bod zijn gekomen maar niet in de handboeken staan.

Werklast:

gemiddeld

Voorbeeldvragen:

De Europese Raad is de instantie die op het hoogste wetgevende niveau EU-richtlijnen aanneemt en uitvaardigt.


 Uit de zaak 'Internationale Handelsgesellschaft' volgt dat het EU-recht voorrang heeft op het grondwettelijk recht van de EU-lidstaten.


 De EU Hoge Vertegenwoordiger voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid werd door het Verdrag van Lissabon in het leven geroepen door de samenvoeging van de functie van Europees Commissaris voor buitenlandse betrekkingen en deze van de Hoge Vertegenwoordiger van de Raad voor het gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid.


 Het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie zijn samen bevoegd voor het vaststelling van de begroting van de Europese Unie.


 Uit de Soysal zaak volgt dat door de EU gesloten internationale akkoorden met derde landen voorrang kunnen hebben op secundaire EU-wetgeving.


 Het Verdrag van Amsterdam heeft de instellingen van de EU hervormd met het oog op de 'big bang'-uitbreiding van 1 mei 2004.


 De Europese Unie en Turkije vormen samen een douane-unie. Dit betekent dat Turkije de invoertarieven voor goederen afkomstig uit derde landen moet aanpassen wanneer de EU een vrijhandelsakkoord heeft afgesloten met dit derde land.


 Het EU-recht kan enkel directe werking hebben in lidstaten die een monistische benadering hanteren op de relatie tussen internationaal en nationaal recht.


 De functie van advocaat-generaal bij het EU Hof van Justitie is te vergelijken met die van de openbare aanklager in het nationaal recht.


 In 2008 sloten België en Canada een verdrag inzake culturele samenwerking. Het akkoord bevat geen bepaling omtrent een mogelijke opzegging van één van beide partijen. Conform het Weens Verdragenverdrag kan België desgewenst het akkoord opzeggen mits het een opzeggingstermijn van 1 jaar in acht neemt.


 Om tot het bestaan van een gewoonterechtelijke regel te besluiten vereist het Internationaal Gerechtshof niet alleen bewijs van (een voldoende, uniforme, algemene en duurzame) statenpraktijk, maar vereist het tevens een afzonderlijk bewijs dat aan deze statenpraktijk een opinio juris ten grondslag ligt.


 Wanneer een staat X een bezwaar maakt tegen een voorbehoud bij een multilateraal verdrag vanwege een andere staat Y, dan treedt het Verdrag niettemin in werking in de verhouding tussen beide staten, tenzij staat X zich hier uitdrukkelijk tegen verzet.


 Het Internationaal Strafhof kan op basis van haar primaire jurisdictie strafzaken onttrekken aan de nationale rechtbanken van de verdragspartijen bij het Statuut van Rome om de betrokken personen te vervolgen in Den Haag.


 Voor een arbitrageprocedure tussen een overheid en een multinationale onderneming kan nooit beroep gedaan worden op het Permanent Hof van Arbitrage.


 De zogeheette 'Hull'-formule stelt dat onteigening van een buitenlandse onderneming aanleiding geeft tot een verplichting om een onmiddellijke, volledige en daadwerkelijke compensatie te geven.


 In 2012 besloot de Amerikaanse rechter noodgedwongen dat de procedure tegen Dominique Strauss-Kahn niet kon worden voortgezet aangezien DSK als topman van het IMF immuniteit van rechtsmacht genoot.


 In de 'Teheran'-zaak besloot het Internationaal Gerechtshof onder meer dat Iran was tekortgeschoten in haar verplichting om de Amerikaanse ambassade te beschermen. De initiële gijzeling van de ambassade werd haar echter niet ten laste gelegd aangezien deze niet aan Iran toerekenbaar werd geacht.


 In dualistische landen zijn internationaalrechtelijke regels in principe maar inroepbaar voor de nationale rechter eens zij in nationaal recht zijn omgezet. Deze vereiste geldt in principe echter niet voor regels van gewoonterecht.


 De Montevideo-Conferentie volgt de constitutieve benadering inzake de erkenning van Staten. Deze benadering - welke gaandeweg werd verlaten - houdt in dat de erkenning een voorafgaande vereiste is om als 'staat' te kwalificeren.

Bekijk de bestanden voor dit vak.