Master > Wegverkeerrecht

Studiepunten: 4

Docent: Philip Traest

Moeilijkheidsgraad:

Beschrijving:

Student 1: 

De wegverkeerswet en stukken van de wegcode worden in dit vak uitgelegd. Later in de cursus volgt nog een deel over de meetapparatuur die gebruikt wordt door de politie, de bewijswaarde van een PV en een stukje rechtsvergelijking met Nederland. De prof. durft op het examen overtredingen uit de wegcode vragen die niet in de les gezien zijn. 

De lessen zijn geen meerwaarde, maar het is handig om te gaan zodat je kan de cursus kan aanduiden terwijl de lesgever uitleg geeft. Op die manier moet je dat al niet meer doen in de blok. Af en toe kan je dan eens iets bijschrijven, want het Belgisch wegverkeersrecht is niet altijd even logisch (verbazing alom). In de lessen wordt dieper ingegaan op enkele artikelen uit de Wegverkeerswet en de Wegcode, en wordt dus niet het gehele wegverkeersrecht behandeld. De werklast is vrij laag en het examen bestaat uit een schriftelijk en een mondeling deel. Het schriftelijk examen bestaat uit één vraag puur theorie (Bv. wat kan je zeggen over vluchtmisdrijf). Daarnaast zijn er 2 teksten waaruit je enerzijds de overtredingen dient te halen en anderzijds de procedurele fouten. Het mondeling examen volgt ‘onmiddellijk’ op het schriftelijk examen. Hier wordt getest of je kan werken met het wetboek, en de artikels niet enkel kan vinden maar ook begrijpt wat ze juist inhouden.

Moeilijkheidsgraad:

Gemiddeld. Punten liggen niet heel hoog.

Student 2 (2013-2014):

Het vak biedt op gestructureerde wijze een mooi overzicht van de belangrijkste aspecten van het verkeersrecht. Welke misdrijven zijn er, hoe wordt de strafmaat bepaald, wat is een manoeuvre, wanneer is er sprake van vluchtmisdrijf, wat is het verschil tussen rijden onder invloed en dronken rijden, welke politionele bevoegdheden zijn er in het wegverkeer, op welke manieren kan een rijbewijs worden ‘ingetrokken’ en waarom moet je naar de vrederechter (en niet de politierechter) om een retributie wegens onbetaald parkeren aan te vechten: al deze interessante en (vooral) praktische vragen worden u duidelijk door deze relatief lichte cursus.

Cursusinformatie:

Student 1:

Cursus van +- 220 pagina's.

Student 2:

Er is een syllabus die (met map en al) geleverd wordt door één bepaald copycenter in Gent. Er zijn geen studentencodices wegverkeersrecht, zodat iedereen zich maar probeert te beredderen. In de afgelopen jaren zijn er wel studenten bereid gevonden om een massa-aankoop van de codex “Politierechtbank” of “Wegverkeer” aan te kopen bij Larcier. Die zijn in beginsel tamelijk duur, maar naarmate hun verschijningdatum, is Larcier soms bereid een studenten- én hoeveelheidskorting aan te bieden. Samen kopen is dus de boodschap, al kan je uiteraard ook zelf alle wetgeving uitprinten. Het wetboek bevat overigens veel meer dan noodzakelijk, zoals omzendbrieven en informatietabellen. De afgelopen jaren heeft de docent evenwel meermaals verklaard dat die extra informatie niet als verboden “annotatie” geldt.

Evaluatievorm:

Student 1:

75% schriftelijk, 25% mondeling

Student 2:

Het examen bestaat uit en schriftelijk en een mondeling deel. Beiden vallen op dezelfde dag en het is veelal in alfabetische volgorde dat studenten moeten langskomen voor het mondeling.

Het schriftelijk deel bestaat uit gelijkaardige vragen als in het basisvak strafvordering: een casus ‘zoek de fouten’, een casus ‘zoek de misdrijven’, een gewone casus en wat theorievragen. Het vak is inhoudelijk niet zo moeilijk, maar laat u niet vangen: het schriftelijk examendeel is best wel uitgebreid, er is heel wat tijdsdruk en er staan in de casussen ook een aantal misdrijven die niet uitdrukkelijk in de les aan bod kwamen (bv. bellen achter het stuur)! Wees dus op je hoede en lees op voorhand eens diagonaal de volledige wet en het KB door, want wetsartikels zijn van belang voor de punten. Gastcolleges zijn vice versa in theorie te kennen leerstof, maar er wordt in de praktijk nooit naar gevraagd.

Het mondeling vangt aan in de late voormiddag en loopt algauw urenlang uit. Mensen met een V als eerste letter in hun achternaam, zijn dus gewaarschuwd. Tijdens het mondelinge deel heeft de docent al kennis van uw schriftelijke punten, en zal hij dus zijn vragen daarop wat afstemmen. Er is géén schriftelijke voorbereidingstijd en er wordt enkel naar theorie gepeild (veelal reproductie), casussen zijn er niet

Hoorcollege:

Student 1:

Niet noodzakelijk, prof. leest cursus bijna integraal voor.

Student 2:

Prof. Traest behandelt alle materies uit de (eigen en gestructureerde) syllabus, al is de meerwaarde van de lessen vaak miniem (wat voorbeelden niet te na gesproken). Het enthousiasme is er niet altijd, en het komt voor dat de lesgever aan het begin van het semester lessen laat vallen wegens ‘te veel tijd’, om dan aan het einde nog inhaallessen te plannen. Er is steeds een gastcollege (meestal van politierechter D’Hondt), dat in theorie te kennen is, maar waaruit nooit iets gevraagd wordt.

Werklast:

Student 1:

Gemiddeld.

Student 2:

Het vak vergt niet zo veel moeite en kan gerust op drie studiepunten worden gebracht. Onderschat het examen evenwel niet.

Voorbeeldvragen:

Bekijk de bestanden voor dit vak.